11-01-12

Van veldslagen, koningen en olifanten - Mathias Énard

Een verhaal over liefde, verraad en spionage waarin moeilijke vragen niet uit de weg worden gegaan. Het originele 'Parle-leur de batailles, de rois et d'éléphants' is een poëtische parel in sensuele stijl (DS der Letteren, 6 januari 2012). Dit dromerige boek verhaalt over de beroemde, eigenzinnige en naijverende Michelangelo die naar de Turkse sultan Beyazid II reist in het toenmalige Constantinopel, om er voor hem de brug te ontwerpen tussen Aziê en Europa.

Een fragment:

‘De volgende dag wacht hij op een boodschap van de paus. Hij trilt van woede bij de gedachte dat de opperherder zich niet eens heeft verwaardigd hem te ontvangen, de dag voor zijn vertrek. Architect Bramante is een stomme idioot, en schilder Rafaël een verwaande kwast. Twee dwergen die de grenzeloze eigendunk van zijne purperen hoogheid strelen. […]

De dagen gaan voorbij. Michelangelo begint zich af te vragen of hij geen vergissing heeft begaan. Hij aarzelt om Zijne Heiligheid een brief te schrijven. De plooien gladstrijken en terug naar Rome? Dat nooit. In Florence is hij door zijn standbeeld David uitgegroeid tot stadsheld. Hij zou de opdrachten kunnen aannemen die niet zullen uitblijven na het nieuws van zijn terugkeer., maar dan roept hij Julius’ toorn over zich af, want hij staat nog onder contract. Bij de gedachte aan een nieuwe knieval voor de herdervader ontsteekt hij in een fikse driftbui.

Hij slaat twee vazen en een majolicabord stuk.
Tot bedaren gekomen gaat hij weer tekenen, vooral anatomische studies.
Drie dagen later – na de vespers, preciseert Ascanio Condivi (Michelangelo’s biograaf, SB) krijgt hij twee franciscaner monniken op bezoek, die doornat zijn van de gietende regen. De Arno is de laatste dagen sterk gezwollen en zit gevaarlijk dicht bij het hoogwaterpeil. De dienstbode helpt de monniken zich af te drogen; Michelangelo slaat de twee mannen gade – hun pijen waarvan de zoom onder de modder zit, hun blote enkels, hun schriele kuiten.

‘Meester, wij brengen een boodschap van het hoogste belang.’
‘Hoe wisten jullie waar ik was?’
Michelangelo bedenkt gniffelend dat Julius II wel erg sjofele gezanten heeft.
‘Op aanwijzing van uw broer, meester.’
‘Alstublieft, maestro, een brief voor u. Het gaat om een bijzonder verzoekschrift van een zeer hooggeplaatst persoon.’

De brief draagt geen wassen stempel, maar is met vreemde lettertekens verzegeld. Als Michelangelo ziet dat het geen schrijven van de paus is kan hij zijn teleurstelling niet onderdrukken. Hij legt de missive op tafel.
‘Waar gaat het over?’
‘Een uitnodiging van de sultan van Constantinopel, meester.’

Het laat zich raden hoe verbaasd de kunstenaar is, wat een grote ogen hij opzet. De sultan van Constantinopel. De Grote Turk. Hij draait de brief om en om tussen zijn vingers. Waspapier is een van de zachtste stoffen die er zijn.’


Titel : Vertel hun over veldslagen, koningen en olifanten
Auteur: Mathias Énard
Vertaald door Katrien Vandenberghe
Uitgegeven bij De Arbeiderspers 2011, 152 paginas

 

 

Europa,  Turkije,  Literatuur