Wiet Proesmans
Belgium21-10-11
Lachen met de Mandarijn – De Hani van Lüchun
De rijkdom van de zuidwestelijke provincie Yunnan werd ook in oude tijden al geroemd. De Chinese keizers in het noorden stuurden hun troepen en verplichtten de contreien tot zwaar tribuut. Hun onafhankelijkheid mochten ze lange tijd wel bewaren.
Tot begin jaren 2000 lag Yunnan weggeborgen in de pre-Himalaya, slechts bereikbaar via met kasseisteentjes belegde Chinese heirbanen. Temidden van een snel moderniserend China wisten de etnische groepen er hun kleurrijke eigenheid heel goed te bewaren.
Yunnan is de laatste jaren voor een stuk slachtoffer geworden van haar eigen, vooral binnenlands, succes. De Chinese Han meerderheid, en met haar de overheid, voeren de honderden etnische ‘minoriteiten’ sinds het ontstaan van de Volksrepubliek in 1949 op als ‘vrolijke, kleurrijke’ beestjes. Te pas, maar vooral te onpas. Wellicht is het daaraan te danken dat enkele mooie plaatsen zoals Lijiang, Dali en Shangrila dagdagelijks worden overspoeld door horden nationale toeristen. Voor de Westerse reiziger en meerwaarde zoeker is dat soms letterlijk schrikken. Het commerciële staat immers in schril contrast met het authentieke. Zeker in China. Voor wie niet verder kijkt, lijkt de provincie Yunnan dan ook verloren. Niets is minder waar!
Het vraagt wat van je, als reiziger, maar de vele bergen en valleien van de provincie Yunnan herbergen schitterende pittoreske dorpjes. De mensen zijn er hartelijk en in een veelheid aan kleuren en tradities die je niet voor mogelijk acht. Het vraagt wel tijd en moeite om ze te kunnen ontmoeten. Het echte Yunnan is daarom enkel weggelegd voor de reiziger met tijd.
In december 2010 reisden mijn echtgenote en ik langsheen de grens met Myanmar en Vietnam. Zelfs per 4x4 en met een topgids, vroegen de wegen om meer reistijd dan we hadden voorzien. We moeten er dus zeker nog eens naar terug. De reis bracht ons aan een regio rijk aan rijst, bananen, rubber en thee. De meeste Chinese plattelandsstadjes (van 10.000 tot 500.000 inwoners) zien er allemaal eender uit. Zo ook Lüchun. Groot onze verrassing dus toen, bij een eerste verkenning in de late namiddag, de lokale markt nog in volle doen bleek. Wat een ongelooflijke kleurrijke en hartelijke bedoening! De gids had zijn handen vol aan het vertalen.
’s Ochtends werden we ten afscheid uitgewuifd door een optocht in lokale klederdracht. Repetitie voor een naderende feestdag van de Hani minderheid. Warm aan het hart om te zien met hoeveel plezier en trots de Hani hun klederdracht dragen. Ondanks de economische kracht van het grote China, ondanks de nieuwe wegen die overal worden aangelegd. En helemaal achteraan de stoet, een dikke Mandarijn. Zoals zo dikwijls in China wordt zo het onzegbare toch gezegd. De grootgrondbezitter Mandarijn uit vervlogen dynastieën die sinds mensenheugnis als een clown de stoet afsluit, staat heden ten dage symbool voor de investeerders in rubber en bananen. En natuurlijk voor de logge en stugge overheid in Beijing, meer dan 3000 kilometer hier vandaan. En de Hani: zij lachen voort.
