Wiet Proesmans
Belgium18-08-11
Daisann McLane – De geesten van Hong Kong
Daisann McLane is onafhankelijk reisjournaliste. Oorspronkelijk uit Brooklyn, maar sinds 6 jaar helemaal ingeburgerd in Hong Kong. Haar korte enthousiaste impressies verschijnen regelmatig in de National Geographic Traveler, maar haar echte werk kan je volgen op haar eigen blog. Wij geven je graag een kort stukje als smaakmaker mee. Links en veel meer vind je onderaan dit artikel!
Zo tegen lunchtijd nodig ik een vriendin uit voor een wandeling langs een van mijn favoriete plekjes in Hong Kong, de Temple van de Honderd Namen. We glippen door het smalle poortje, klimmen de trapjes op en komen uit in de voorkamer. Van het plafond hangen lange spiralen smeulende wierook als slangen naar beneden, de rook vult de kamer en kringelt blauwig in het licht van de zon die naar binnen schijnt. Mijn vriendinsmoort een luide kuch en haast zich naar het centrale altaar binnen “De Chinezen geloven dat rook de weg vormt om te communiceren tussen deze wereld en deze van de doden,” leg ik haar uit.
Hongkong is wellicht de enige stad ter wereld genoemd naar een geur. Die van wierook. Je ademt het in, en je voelt je alsof je een geest hebt geinhaleerd. Iets levend neemt bezit van jou. Honderden jaren geleden, zo gaat het verhaal, merkten passerende vissers datzelfde rokende aroma op van de sandelhouten wierookstokjes die werden gebrand in de tempels aan de rand van de zee. Zo begonnen zij dit eiland in de Zuidchinese Zee “Heung Gong” te noemen, ofte “Geurige Haven”.
We blijven even staan en laten de sfeer even tot ons doordringen: het volgestapelde altaar met de met zijden behangen beeldjes van Tin Hau, de godin van de zee. Twee priesters, niet oud en niet jong, gekleed in witte hemdjes met korte mouwen, eten rijst en choi sam met chopsticks uit kartonnen doosjes. Chinese opera komt zachtjes van een onzichtbare transistorradio. Een waarzegger ligt te dutten, over zijn tafeltje hangend.
En dan, geheel onverwacht, kijkt een van de priesters op van zijn rijstdoos. Hij wenkt ons: “Ga eens kijken daar vanachter,”, zegt hij in het Cantonees. En wijst naar een donkere deur die naar een kamer achter het altaar lijkt te leiden.
Nu ben ik al tientallen keren in de Tempel van de Honderd Namen geweest sinds ik zes jaar geleden naar Hong Kong verhuisde. Niet alleen heeft niemand mij ooit naar dit achterkamertje uitgenodigd, ik heb zelfs nooit het bestaan ervan opgemerkt. “Is het echt ok?”, vraag ik hem, ik wil toch zeker zijn. “Hoi yih!”, zegt hij in het Cantonees, en hij lacht ons toe en wuift ons met zijn hand naar de deur. “Toe maar.”
Klik voor het volledige verhaal.
Hier vind je The Real Travel Blog, Daisann McLanes eigen blog.
Je kan haar ook volgen op Twitter via @Daisann_McLane
Azië, China, Hong Kong, Literatuur
